Luik (B) | Sint-Bartolomeüs

De collegiale Sint-Bartholomeuskerk in Luik bezat, tot aan de constructie van het grote orgel van Merklin, een bijzonder oud orgel in een 16de eeuwse kast. Deze kast werd door Merklin getransformeerd en geplaatst in Quenast.

 

Joseph Merklin kreeg zijn opleiding bij Walcker in Ludwigsburg en verzeilde in België toen hij voor Korfmacher uit Linnich in Stavelot werkte. Hij werkte als onafhankelijk orgelbouwer sinds 1843 in Brussel en maakt onmiddellijk twee offertes voor de Sint-Bartholomeuskerk. De kerkfabriek van deze kerk had reeds Dreymann uit Mainz en waarschijnijk ook Clerinx gecontacteerd. De kerkfabriek beraadslaagde dus gedurende lange tijd over de keuze en uiteindelijk werd er pas in 1847 een contract met Merklin getekend voor de constructie van een orgel met 30 registers verdeeld over twee klavieren en een pedaal. Gedurende de werken werden er verschillende wijzigingen en uitbereidingen van de plannen door Merklin voorgesteld. Van deze plannen werden er enkele aanvaard, bijvoorbeeld het uitbereiden van het instrument met een derde Echo expressif, een pneumatische machine en een reeks appels d'anches. Het instrument werd op 7 januari 1852 door de organist Petitpierre van Neufchâtel ingehuldigd.

 

Het orgel werd gerenoveerd tussen 1883 en 1887 door Pierre Schijven. Hij leverde een nieuwe speeltafel, vernieuwde de windvoorziening en de pneumatische machine, voerde buiten het contract ook een vernieuwing van de windlade van het derde klavier uit en voegde en Voix céleste toe.

Emile II Kerkhoff voerde enkele reparaties uit in 1928 en in 1934 kwam het tot een herintonering en de vervanging van enkele houten pijpen door Delmotte. In 1976 werd het instrument gedemonteerd en opgeslagen in de kerk door Marc Leuridan in afwachting van de restauratie van de kerk die uiteindelijk afgewerkt werd in 2006 onder leiding van het architectenbureau Hautecler-Dumont uit Luik. Het uitwerken van het technisch bestek voor de restauratie van het orgel werd door de architecten uitbesteed aan organist Luc Devos. De firma Schumacher werd belast met de delicate taak om dit instrument van eerste rang te restaureren.

 

Het restauratieprogramma voorziet in de conservatie en de restauratie van het instrument in de toestand van Schijven met één belangrijke wijziging in de structuur ervan en ook enkele zeer kleine dispositiewijzigingen. De windlade van het Echo expressif werd door Schijven loodrecht geplaatst omwille van plaatsgebrek. Deze windlade kon bij de restauratie parallel met de andere windladen geplaatst worden dankzij de constructie van een nieuw doksaal in de laatste travee van het schip van de kerk. Deze vernieuwde positie zal zorgen voor een betere klankverspreiding in de kerk.

 

De gezochte muzikale esthetiek is deze van de instrumenten van Merklin uit het midden van de 19e eeuw. Deze stijl is bijzonder interessant want ze bevindt zich in een cruciaal moment van de evolutie van de orgelbouw tussen het postclassicisme en de romantiek en tevens is ze een zeer belangrijke getuige van de heropleving van de Belgische orgelbouw onder impuls van invloeden uit Duitsland en Frankrijk.

 

Omdat het onmogelijk was de originele toonhoogte van het instrument met zekerheid vast te stellen hebben wij bij deze keuze ons gebaseerd op de toonhoogte die Merklin gebruikte bij de bouw van het orgel voor het instituut Van Celst in Antwerpen. Dit laatste instrument is een echte tijdgenoot van het orgel in de Sint-Bartholomeuskerk in Luik en heeft als toonhoogte ongeveer 441 Hz. Het voordeel van deze keuze was onder andere het feit dat de toonhoogte die vóór de restauratie in het orgel van de Sint-Bartholomeuskerk aanwezig was, kon behouden blijven en er zodoende minder wijzigingen zouden gebeuren aan het pijpwerk. Alleen al dit feit zou ervan kunnen getuigen dat de gekozen toonhoogte effectief in de buurt lag van deze die in het orgel gelegd werd toen het gebouwd werd door Merklin.

 

Dispositie

Grand-Orgue

C - g '''

 

Principal 16'

Montre 8'

Viole de Gambe 8'

Flûte 8'

Bourdon 8'

Flûte 4'

Prestant 4'

Nasard 2 '

Doublette 2'

Cornet V

Fourniture IV-V

Trompette 16'

Trompette 8'

Clairon 4'

 

Echo expressif

C - g '''

 

Dolce 8'

Bourdon 8'

Cor de chamois 8'

Fugara 4'

Flûte 4'

Basson-Hautbois 8'

Voix humaine 8'

 

Pédale

C - f '

 

Violon 16'

Soubasse 16'

Flûte 8'

Flûte 4'

Bombarde 16'

Trompette 8' 

Clairon 4'

 

Plaats
Liège (B)
Bouwjaar
1848 – 1851 / 1890 / 2014
Orgelbouwer
Joseph Merklin / Pierre Schyven / Guido Schumacher
Dispositie
III – P, 40